Ontaard(ig)e moeder deel 2

Mooi AndersTot de intake bij de GGZ heb ik gesprekken met Johan, de psychosociaal verpleegkundige. Hij heeft de nobele taak te voorkomen dat ik nog verder afglijd. Een geschikte vent die zonder oordeel een luisterend oor voor mij heeft. Daarom lukt het mij nu wel een logisch in plaats van een hak op de tak verhaal te vertellen.

ADHD, bipolaire stoornis, of wat anders?

Na een aantal gesprekken is hij geneigd te denken dat ik een bipolaire stoornis zou kunnen hebben. Met name vanwege de periodes waarin ik erg veel focus heb, mezelf niet kan stoppen en daarna vervolgens een periode down ben en mij zowel thuis als op het werk nergens toe kan zetten. Sinds ik op mijn 19e op mezelf woon, is dit de vierde lange periode waarin ik het leven niet kan bijbenen met als gevolg dat ik depressieve gevoelens en lichamelijk klachten heb. Maar ik kan ook overdag down zijn en dan in de avond weer helemaal opleven waarna en mijn dag ‘s nachts begint.

Asperger?

In het laatste gesprek met Johan, een week voor de intake bij de GGZ instelling, noem ik nog dat ik mij afvraag of ik Asperger zou kunnen hebben. Ik herken mijzelf erg in mijn zoon van 9 jaar, die het Aspergersyndroom heeft. We hebben beide een extreme interesse voor bepaalde onderwerpen, horen en zien we alles om ons heen, reageren we vaak tactloos op anderen en proberen de omgeving en gesprekken naar ons hand te zetten zodat we rust hebben. Het is voor het eerst dat ik dit hardop tegen iemand durf te zeggen. Ik zie Johan naar mij kijken en in zijn gedachten het lijstje kenmerken van ASS in de DSM IV afvinken. Hij kan zich dit niet goed voorstellen, gezien de wijze waarop ik contact maak en gezien mijn werk als gezinshulpverlener. Ik besluit hem niet te vertellen dat ik pas tijdens de opleiding Maatschappelijk Werk leerde om gepast oogcontact te maken, de boodschap van anderen te ontvangen en empathie te tonen. Ik denk vooral in schema’s, processen, patronen en ben tamelijk oplossingsgericht.

Lekker opgeruimd

Johan schrijft de overdracht voor de GGZ en maakt een aantekening over de ASS kenmerken aan mijn kant van de familie. Ik besluit dat dit het laatste gesprek is, omdat de intake volgende week al is. Na de gesprekken met Johan zet ik in een avond en een nacht mijn hele levensgeschiedenis met thema’s en live-events in een schematische tijdlijn. Omdat dit nogal privégevoelig is, sla ik het bestand slim op in de digitale map ‘financiën 2009’. Niemand zal ooit in deze map zoeken. En omdat ik zelf alles verzamel, loop ik niet het risico dat ik het mapje ooit zal verwijderen. Maar het werken op mijn trage computer is nu een helse aanslag op mijn zenuwstelsel. Daarom ben ik twee dagen voor de intake bezig de computer op te schonen. Op dat moment besluit ik dat ik de financiën van meer dan twee jaar terug niet meer hoef te bewaren. In de praktijk kijk ik er immers toch nooit meer naar. Met een een trots gevoel voor mijn daadkrachtig volwassen en wijs besluit klik ik op het mapje ‘financiën 2009’ en druk op de ‘delete’ toets. Zo! Opgeruimd, werkt snel….

Een uurtje intake?

Een week later zit ik opgetogen en met zeven kleuren in mijn broek tegenover de psychologe die eindelijk de intake doet. Wanhopig heb ik gezocht naar mijn gedetailleerde digitale levensschema, die ik werkelijk nergens meer in de prullenbak kon vinden. Echt zeven kleuren shit! Maar ik raak pas echt verbijsterd als de psychologe mij vertelt dat ik precies een uur heb om over de situatie van nu en mijn voorgeschiedenis te vertellen. Ineens dringen zich de verhalen van collega’s en ouders aan mij op, waarin ik zorgen hoor over de manier waarop instellingen soms tot een diagnose komen.
Het gebeurt mij toch niet dat ik nu op basis van mijn hak op de tak verhaal van nog geen uur, mijzelf voor het leven laat brandmerken?! Waarom wil ik dit eigenlijk? De paniek slaat toe en besef nu hoe kwetsbaar en afhankelijk al die ouders en jongeren die ik heb doorverwezen, zich tijdens een diagnostisch onderzoek hebben gevoeld.

Eigen input

Gelukkig neemt de psychologe het verhaal ASS serieus en vraagt mij voorbeelden op te schrijven die voor mij vanaf mijn jeugd kenmerkend zijn. Dit wil ik best nog wel een keer doen. Ik heb intussen veel gelezen over vrouwen en Asperger en dat voelde stiekem als thuiskomen.
De psychologe vertelt dat ze, voor het tot stand komen van een mogelijke diagnose, graag de uitkomsten van de intake en de persoonlijkheids-testen met mij bespreekt. Dit geeft mij enigszins weer het gevoel van controle en stelt mij voor nu gerust. Vol goede moed ga ik naar huis maar kan mij er niet meer toe zetten om mijn verhaal weer zo systematisch op papier te zetten. Dat gaat weer ten koste van mijn dag en nachtritme, wat ik met slaapmedicatie voor het eerst in jaren op orde probeer te krijgen.

De psychologische test

Nu, een week later, zit ik in een witte kale kamer achter een computerscherm. De receptioniste legt uit hoe het programma werkt en trekt dan de deur achter haar dicht. Dan is het stil. Ik heb een haat-liefdeverhouding met psychologische testen. Ik haat de weerstand die het oproept als ik de vragen op verschillende manieren kan interpreteren en niet kan besluiten welke er bedoeld wordt. Ik vergeet steeds de vraag nadat ik de keuze-antwoorden heb gelezen. Dus moet ik de vraag steeds opnieuw lezen en word ik slaperig van de eentonigheid en de opbouw van zo’n test. Tegelijkertijd houd ik van de tijdsdruk, de spanning van het wachten op en het moment van de uitkomst zoals met het wachten op een cijfer voor een examen. Ik hou van de materie en de verdieping hierin maar weet er tegelijkertijd ook net iets teveel van. Om een goed beeld te krijgen van hoe en waarom ik functioneer zoals ik dit doe, zal ik nu oprecht en eerlijk de vragen moeten beantwoorden. Ook als ik denk te weten aan welke kenmerken en/of stoornissen de vraag linkt.

Angstzweet

Naast mij staat nog een luxe stoel met daarvoor een lichtbak op de tafel. Heel even zie ik mijzelf hierin heerlijk relaxt onderuit hangen. Genietend van de stilte en een dosis verse vitamine D, die mijn depressie als sneeuw voor de zon doet verdwijnen. Met moeite richt ik mijn aandacht op de computer. Ik hoop dat ik niet alleen weer een aardige moeder word, maar ook als hulpverlener meer empathie kan tonen voor al die dappere ouders en jongeren die zich overgeven aan hulpverleners voor het stellen van een mogelijke diagnose.
Met het angstzweet op mijn rug klik ik op ‘start’…

Dorien

2 thoughts on “Ontaard(ig)e moeder deel 2

  1. Wat goed dat er naar je werd geluisterd. Ik had zo vaak een test gedaan maar dan op papier en kon mijnook niet concentreren. Nu dat mijn dochtertje 3 jaar zie ik dat ht moederschap mij jiet makkelijk afgaat. Denk dat weer een afspraak bij de huisarts ga maken. Vooral te laat komen, aan je gezicht peuteren en structuur herken ik in mijn broer zn gedrag. Hij is al een tijdje uit huis want hij was erg agressief. In de gevangenis hoorde hij vn zn coach dat hij misschien adhd heeft. Maar meneertje eilt geen hulp. Goed dat je je verhaal wilt delen. Veel succes.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*